Review van de Nissan Pulsar

Terug in de compacte middenklasse

De Nissan Pulsar is sinds oktober 2014 op de markt en is eigenlijk de langverwachte opvolger van de Nissan Almera, waarvan de productie in 2006 is stopgezet. In de tussenliggende jaren richtte Nissan zich vooral op de crossover-markt met de Qashqai en later de Juke. Nissan heeft vooral met de Qashqai dat deel van de markt veroverd en doet inmiddels met de tweede generatie van dat model ook goede zaken. Toch is het C-segment in Europa voor de verkoopaantallen erg belangrijk, vandaar dat Nissan de Pulsar exclusief voor Europa ontwikkelde. De auto concurreert met modellen als de Volkswagen Golf, de Ford Focus en de Toyota Auris.

Een hele goede auto met een eenvoudig programma

Nissan bouwt al jaren prima auto’s en daarop is de Pulsar geen uitzondering. De motoren kennen we van moederbedrijf Renault en ook het onderstel wordt gedeeld met andere modellen van het Franse merk. Er zijn inmiddels 2 benzinemotoren leverbaar: een 1,2 liter met 115 pk die eventueel gekoppeld kan worden aan een CVT-automaat (de traploze Van Doorne transmissie). Het topmodel beschikt over 1,6 liter met 190 pk en wordt de GT genoemd. Daarnaast is er een dieselmotor in het programma opgenomen met 110 pk; ook deze motor komt van Renault. Met maar 3 motoren blijft het programma dus overzichtelijk; al zijn er gelukkig wel diverse uitrustingsniveaus leverbaar.

Onderweg met de Pulsar

Met het design van de Pulsar heeft Nissan voor de veilige weg gekozen. Bij dit model geen uitspattingen zoals bij de Juke of een stoer voorkomen dat we van de Qashqai kennen. Redelijk behoudende lijnen, die ook zomaar van een ander (Japans) merk zouden kunnen zijn. Ook binnenin ziet de Pulsar er niet spannend uit, maar zit alles wel degelijk in elkaar. Er is veel ruimte (ook op de achterbank) en de gebruikte materialen zien er prima uit.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *